Conclusie

Duidelijk is dat de problematiek van zwerfjongeren weerbarstig is en toeneemt. Onderzoekers en bewindspersonen zijn het er over eens dat de afname van deze problematiek een goede graadmeter zou zijn voor een verbeterde aansluiting van de voorzieningen binnen de jeugdhulpverlening. Van afname is echter geen sprake en een praktijkgerichte aanpak van de zwerfjongerenproblematiek blijft uit. De discussie blijft steken bij de samenhang in het beleid tussen de provincies, de (centrum)gemeenten en de manier waarop de departementen daar sturing aan moeten geven.

Zo wordt gemeld dat de implementatie van het Besluit beleidsinformatie jeugdzorg (van kracht sinds januari 2005) met kinderziekten gepaard gaat, dat de bureaus Jeugdzorg nog geen eenduidige definities hanteren en dat de informatie uitwisseling tussen de zorgaanbieders en de bureaus Jeugdzorg nog niet goed is geregeld. Er wordt in beleidstaal gesproken over plannen, convenanten en samenwerking.

De jongeren waar het over gaat komen niet in beeld.

Zo zal de jeugdhulpverlening niet snel verbeteren terwijl op uitvoeringsniveau toch duidelijk is waar het spaak loopt. Schulden van jongeren blijken bijvoorbeeld niet opgelost te kunnen worden omdat hun uitkering te laag is om voor schuldsanering in aanmerking te komen en zijn er te weinig mogelijkheden voor langdurige en reguliere huisvesting vanwege ditzelfde te lage inkomen.

Lees de geconstateerde knelpunten >>>

Zwervende jongere